Audi Metroproject Quattro. Hightech in compact formaat
Op het autosalon van Tokio heeft Audi het studiemodel Metroproject Quattro voorgesteld: een merktypisch en apart designontwerp voor het segment van de subcompacte wagens.

De driedeurs vierzitter koppelt toonaangevend dynamische lijnen aan een optimale benutting van de beschikbare ruimte en hoogste kwaliteit. Tegelijk wijzen visionaire technische oplossingen op dezelfde Audi-typische manier de weg naar de toekomst op het vlak van efficiëntie, dynamisme en rijplezier.
Met de aandrijfeenheid van de metroproject quattro stelt Audi een volledig autonome en vernieuwende hybridetechnologie voor. Onder de motorkap vooraan levert een 1,4 l TFSI-motor 110 kW (150 pk). Via de geautomatiseerde sequentiële versnellingsbak S-tronic draagt hij zijn kracht aan de voorwielen over.
Een elektromotor van 30 kW (41 pk) zorgt bij versnelling voor een bijkomend koppel van maximaal 200 Nm aan de achtertrein. Bij het “boosten”, d.w.z. de gelijktijdige aandrijving door de TFSI en de elektromotor, verandert het studiemodel van een voorwielaangedreven wagen in een quattro en brengt op die manier zijn vermogen optimaal op de weg over. De elektromotor kan het studiemodel, bijvoorbeeld in woongebieden, bovendien ook volledig autonoom en dus zonder uitstoot aandrijven.

Het design – buitenzijde
Het conceptvoertuig lijkt als uit een stuk gegoten, met een even eenvoudige als logische lijn. Klassiek voor een wagen met de vier ringen is de basisverhouding van een hoge wagenbody en een vlakke vensterstrook, afgegrensd door een coupéachtige daklijn.
Het zijaanzicht wordt bepaald door een opvallende en robuuste aluminiumboog, die de A- en de C-stijl langs de bovenste vensterlijn met elkaar verbindt en het dynamisme van deze potig-compacte wagen benadrukt.
Een geïntegreerde spoiler boven aan de achterruit vormt de afsluiter aan de achterzijde.

In zijaanzicht vormen ook de deuren met de zijruiten zonder kader en de afwezigheid van de B-stijl een typisch coupékenmerk. Het sterk gesegmenteerde zijoppervlak met een zacht oplopende schouderlijn beklemtoont het lijnenspel van dit studiemodel.
De schouderlijn van de in Racing-rood gelakte Audi metroproject quattro interpreteert op geheel nieuwe wijze een ander typisch kenmerk van het actuele Audi-design.
De opmerkelijke dubbele lijn loopt hier als een lange gebogen band rond het hele voertuig en verbindt op die manier de voorzijde – waar ze lijkt te ontspringen – met de licht wigvormig oplopende achterzijde. Een nieuw stijlelement aan de voorzijde van de metroproject quattro vormt de motorkap, die binnen de schouderlijn iets lager ligt en er daardoor als het ware in verzonken is.

Het Singleframe radiatorrooster met de vier ringen in “geblokte vlag”-look duidt op de sportieve ambities van het studiemodel. Dat design wordt onderstreept door elementen in aluminium zoals het rooster, de buitenspiegelbehuizingen, de deurgrepen, het tankklepje en de uitlaatpijpen.
Een bijzondere blikvanger is de vormgeving van de driedimensionale koplampen met innoverende ledtechnologie. De reflectoren bundelen het licht per diode tot een intens en gelijkmatig rijlicht, dat dankzij de witte lichtkleur de ogen van de bestuurder ook bij lange nachtelijke ritten nauwelijks vermoeit.
Uiteraard zijn ook de daglichten van ledtechnologie voorzien, wat niet alleen een knap design maar ook een bijzonder laag energieverbruik oplevert.
De tweekleurige, meerdelige velgen met V-vormige gepolijste opzetstukken in aluminium beklemtonen de sportiviteit en de exclusiviteit van het voertuig.

De zijdelings doorlopende kofferklep verbindt de achterzijde met de zijkant van de wagen. De gesculpteerde achterlichten met het driedimensionaal vormgegeven dekglas lopen ver in de zijvlakken door. Met geopende kofferklep krijg je via een glasplaat – net als bij de R8 – een blik op de discreet verlichte elektromotor.
De kofferruimte zelf beschikt met 240 l over een respectabel volume.
Het koetswerk van de Audi metroproject quattro maakt optimaal gebruik van de slechts geringe ruimte die een voertuig uit de subcompactklasse in het verkeer inneemt. Met zijn lengte van 3,91 m en een breedte van 1,75 m alsook de wielbasis van 2,46 m combineert hij dankzij de korte overhangen een sportief uitzicht met een optimale benutting van de beschikbare ruimte. Dat is grotendeels ook te danken aan de dwars geplaatste motor. Met een totale hoogte van 1,40 m biedt de wagen ook op de achterste zitplaatsen meer dan voldoende hoofdruimte.

Het design – interieur
Het interieur oogt tegelijk sober en opgewekt met vier aparte zetels en een voor deze klasse verrassend riante ruimte. De deuren en de sportieve cockpit vormen één geheel dankzij een “omsluitende boog” die beide met elkaar verbindt.
Het instrumentenbord en de middenconsole zijn volledig op de bestuurder georiënteerd. Ergonomie en esthetiek gaan hand in hand in een duidelijke architectuur met een hoogwaardige uitstraling, die door het tweekleurenconcept nog onderstreept wordt. De overkapping van het instrumentenbord, de “omsluitende boog” en de middenconsole zijn in een contrasterende kleur afgewerkt om de dynamiek van het interieur extra in de verf te zetten. Details zoals de ventilatieroosters en de bediening van de klimaatregeling zien eruit zoals in een vliegtuig. Dat thema was ook van invloed bij de zachte afwerking van de verschillende vlakken in het interieur. De ronde instrumenten en de eveneens ronde ventilatieopeningen roepen details uit een klassieke sportwagencockpit zoals die van de Audi TT op.

Het aluminium inzetstuk in de middenconsole biedt plaats aan het mobile device en de start-/stopknop achter de schakelpook. In het achterste gedeelte van de middenconsole bevindt zich een thermosfles met een innoverend koel- en verwarmingssysteem.
De sportieve zetels met geïntegreerde hoofdsteun bieden comfort en ergonomie die de standaard in de subcompacte klasse veruit overtreffen en aan de typische verwachtingen van Audi beantwoorden.
Ook de gebruikte materialen voor de verschillende bekledingen voelen even hoogwaardig aan als ze er uitzien. De contrasterende kleuren van de donkere vlakken en de rode naden onderstrepen het sportieve karakter van de wagen.

Audi mobile device – vorm en functie
In de middenconsole bevindt zich een innoverende technologie: het uitneembare Audi mobile device doet dienst als universeel mobiel toestel. Het dient als middel om toegang te verkrijgen tot de wagen, als mobiele telefoon, als navigatiesysteem en als muziek- en videospeler. Tegelijk kan het worden gebruikt als bediening voor talrijke systemen van het voertuig, die ook van buiten de Audi metroproject quattro ingesteld kunnen worden. Het mobile device biedt volledig dezelfde functies en menu’s als het MMI-systeem en bundelt talrijke tot nu toe slechts afzonderlijk beschikbare communicatiemiddelen in één bijzonder compacte verpakking.
Zo kan de bestuurder het compacte toestel als mp3-speler, maar ook als elektronisch adresbestand of voor de gegevensinvoer voor de navigatie gebruiken. Hij kan indien nodig bovendien reeds vanuit zijn woning de verwarming van de wagen activeren en het geluidssysteem volgens zijn persoonlijke voorkeuren programmeren. Daarenboven dient deze mobiele eenheid ook als middel om toegang te verkrijgen tot de Audi metroproject quattro en om de wagen te sluiten; een sleutel is dus niet langer nodig.
Het toestel wordt bediend via een aanraakscherm, met een vormgeving die gelijkaardig is aan die van de MMI. Het aanraakscherm herkent zowel Latijnse als Japanse schrifttekens en ontcijfert zelfs handschrift. De communicatie tussen het Audi mobile device en de wagen verloopt via WLAN.
Het Audi mobile device biedt ook een veiligheidsfunctie: op het scherm van het toestel kunnen realtime beelden worden weergegeven van een camera in het interieur van de wagen. Wanneer de alarminstallatie afgaat, activeert het systeem zichzelf om de eigenaar te waarschuwen. Wanneer de wagen gestolen wordt en zich buiten het bereik van de WLAN-verbinding begeeft, schakelt de elektronica automatisch over op de UMTS-zender van de autotelefoon en informeert zo ononderbroken over de plaats waar het voertuig zich bevindt.

De bedieningseenheid van de MMI in de wagen is een evolutie van het vertrouwde MMI-design, dat door zijn intuïtieve werking de bediening tijdens het rijden vereenvoudigt. Rond de centrale bedieningsknop bevinden zich vier vast voorgeprogrammeerde functietoetsen (“hardkeys”) voor de basismenu’s Navigatie, Telefoon, Car, en Media. Vier bijkomende, van achteren uit verlichte toetsen (“softkeys”) bieden binnen de verschillende menu’s telkens wisselende functies.
Naast de geprojecteerde opschriften van de toetsen zorgen ook de intense kleuren van de softkeys ter herkenning van het betreffende menu voor een snelle en intuïtieve oriëntering.
In verhouding met de standaardvarianten valt het scherm van het systeem op door de relatief geringe hoogte van 1,5 duim. Dat komt omdat de volledige informatie van het systeem bijkomend via het centrale scherm in het instrumentenbord wordt weergegeven. Dat is in hybridevorm uit tft-modules en analoge wijzerplaten voor de snelheidsmeter en de toerenteller opgebouwd. De glazen inlegstukken in reliëf doen de informatie driedimensionaal uitkomen en zorgen voor een grote diepteweergave die met een eenvoudig scherm nooit mogelijk zou zijn.
Ook de vormgeving van het MMI-display maakt gebruik van een nieuw element. De beschikbare functies zijn als icoon in een halve cirkelvorm gegroepeerd. Wanneer de bestuurder de centrale bedieningsknop van de MMI draait, draaien de iconen op dezelfde wijze mee totdat met een druk op de knop de gewenste functie geselecteerd wordt. Zo kan de informatie via sterke beelden worden weergegeven en is ze dus sneller en intuïtiever verstaanbaar dan met enkel tekst.

Audi drive select
Zoals optioneel ook bij de actuele generatie van de Audi A4 het geval is, beschikt de Audi metroproject quattro over Audi drive select. Daarmee kunnen twee aangepaste configuraties van de aandrijving, de schakelkarakteristiek en de magnetic ride-schokdempers worden gekozen.
Als basisinstelling is de “efficiency”-modus voorgeprogrammeerd; hij wordt opnieuw geactiveerd telkens wanneer de motor gestart wordt. In “efficiency”- modus reageren de motor en versnellingsbak zacht op de bevelen van het gaspedaal en de schakelpeddels. Deze instelling is perfect geschikt om ontspannen te rijden en biedt tegelijk een groot potentieel voor de effectieve vermindering van het brandstofverbruik en daarmee ook van de uitstoot.
In de “efficiency”-modus dient de elektromotor niet gewoon als leverancier van extra motorkoppel, maar vermindert hij het verbruik door op gerichte momenten autonoom te functioneren. Daarbij maakt het systeem gebruik van talrijke parameters afkomstig uit het navigatiesysteem.
Aangezien het navigatiesysteem van de wagen ook hoogteverschillen in de weg herkent, kunnen recuperatiefasen of de hogere energiebehoefte bij bergop rijden reeds voor het begin van de rit worden ingecalculeerd. Ook dat maakt een bijzonder efficiënte werking mogelijk waarbij de elektromotor optimaal benut wordt.
In puur elektrische werking heeft de Audi metroproject quattro een autonomie tot 100 km – en dat zelfs bijzonder vlot, met een topsnelheid boven 100 km/u. Pas wanneer de capaciteit van de batterijen tot minder dan 20% van het maximum daalt, wordt de verbrandingsmotor weer ingeschakeld.
De “efficiency”-modus raadt de bestuurder via het centrale scherm bovendien aan om bijvoorbeeld de blazer van de automatische klimaatregeling uit te schakelen of om geopende zijruiten te sluiten.
De “dynamic”-modus garandeert in alle opzichten het typische dynamische en comfortabele rijgevoel dat Audi-rijders van hun wagen verwachten. In deze modus maakt de voertuigelektronica ook gebruik van het koppel dat de elektromotor levert om bijzonder sportieve acceleraties en een uitstekende dwarsdynamiek mogelijk te maken.

De aandrijving
Onder de motorkap van de Audi metroproject quattro schuilt een viercilinder TFSI-motor met 1,4 l cilinderinhoud en turbo-oplading, die een vermogen van 110 kW (150 pk) bij 5.500 t/min. levert. Zijn maximumkoppel van 240 Nm stelt deze motor ter beschikking over het brede toerentalbereik van 1.600 tot 4.000 t/min. De wagen accelereert van 0 tot 100 km/u in 7,8 s en haalt een topsnelheid van 201 km/u.
Het prestatievermogen van de FSI-technologie met turbo-oplading hebben de ingenieurs van Audi wereldwijd op het circuit en op de weg reeds lang bewezen. Het beste bewijs: een vakjury verkoos de 2.0 TFSI in 2007 al voor de derde keer op rij tot “Engine of the year”.
Voor de nieuwe 1.4 TFSI wordt dat concept consequent verder benut om een maximum aan efficiëntie en prestatievermogen met elkaar te verbinden. Meergaatsinjectoren garanderen een bijzonder homogene mengselvorming en een uiterst efficiënte verbranding. Ook de vermindering van schadelijke stoffen wordt zo doeltreffend ondersteund.
De geïntegreerde turbo zorgt voor een geoptimaliseerd reactievermogen eneen nog harmonieuzere opbouw van het motorkoppel. 80 % van het maximumkoppel is reeds beschikbaar net boven het stationair toerental, vanaf 1.250 t/min. Tegelijk zet de 1.4 TFSI ook op geluidsniveau nieuwe maatstaven in zijn klasse.

Voorwielaandrijving achterwielaandrijving = quattro
Voor de krachtoverbrenging op de voorwielen zorgt de sportieve geautomatiseerde sequentiële versnellingsbak S-tronic, die het voor de bestuurder mogelijk maakt om in fracties van een seconde en zonder krachtonderbreking van versnelling te wisselen zonder te moeten ontkoppelen. Naar wens verandert de S-tronic ook volledig automatisch van versnelling. Als de bestuurder manueel wil schakelen, kan hij dat doen via schakelpeddels achter het stuur.
Wanneer het studiemodel uitsluitend gebruik maakt van de verbrandingsmotor, dan wordt hij op de voorwielen aangedreven. Wanneer enkel de elektromotor gebruikt wordt, verandert hij in een achterwielaangedreven wagen. De 30 kW sterke elektromotor draagt zijn kracht rechtstreeks op de achterwielen over.

Mogelijke toerentalverschillen tussen de beide wielen worden door een differentieel weggewerkt.
Bij een combinatie van de beide motoren verandert de Audi metroproject quattro daarentegen in een echte quattro en geniet hij van alle voordelen van vierwielaandrijving. Zo wordt het hoge koppel van 440 Nm – de 1.4 TFSI levert 240 Nm, de elektromotor bijkomend nog 200 Nm – bij het versnellen op gepaste wijze in aandrijving omgezet.
De deceleratie, de zogenaamde recuperatiefase, is een van de belangrijkste elementen in de verbeterde efficiëntie van dit voertuigconcept. Daarbij wordt de remenergie die vrijkomt bij het vertragen weer in elektrische energie omgezet in plaats van nutteloos als warmte in de lucht op te gaan.
De Audi metroproject quattro wordt zowel door de verbrandings- als de elektromotor aangedreven. Dankzij de intelligente sturing van beide krachtbronnen, dankzij recuperatie alsook een automatische start-/stopfunctie daalt het brandstofverbruik in vergelijking met de pure benzinewerking met ongeveer 15 %.
Hoewel de componenten van de elektroaandrijving een meergewicht van ongeveer 70 kg op de weegschaal brengen, verbruikt het studiemodel in de gemengde werking gemiddeld slechts 4,9 l benzine per 100 km; de CO2-uitstoot ligt op een gemiddelde van amper 112 g/km.
Een absoluut interessant alternatief ten voordele van het milieu en de portemonnee van de eigenaar is bij deze wagen echter de pure elektroaandrijving op korte trajecten – vooral omdat de daarbij mogelijke rijprestaties en zelfs het rijbereik tot 100 km geen wensen onvervuld laten. Wanneer de Audi metroproject quattro uitsluitend aan het stopcontact “getankt” wordt, is het resultaat meteen duidelijk: zelfs ondanks de relatief hoge prijs van elektrische huishoudstroom in vergelijking met benzine, is een besparing van ongeveer 70% mogelijk.

Het onderstel
Het tweede fundament voor uitstekend rijdynamisme levert de uitgekiende onderstelconstructie met McPherson-voortrein en de onafhankelijke ophanging met vier draagarmen per wiel achteraan. Grote 18-duimswielen met banden 225/35 R18 dragen bij tot het rijplezier en de rijveiligheid.
Het dynamische onderstel is afgesteld voor een sportief-wendbaar stuurgedrag met tegelijk een hoge mate aan stabiliteit en zorgt voor een opmerkelijk licht bochtengedrag. Bijkomend overtuigt het onderstel door een rijcomfort dat aan de eisen van hogere voertuigklassen beantwoordt.

Ook het potentieel van het remsysteem met grote remschijven (312 mm diameter vooraan) is op het prestatievermogen van de beide motoren afgestemd. Het uit de motorsport afkomstige remsysteem garandeert een uitstekende en fadingvrije vertraging.
Voor optimaal stuurgemak zorgt bovendien de elektromechanische stuurinrichting met snelheidsafhankelijke servobekrachtiging. Ze verbindt een precies stuurgevoel met geringe doorstroming van oneffenheden in het wegdek en een duidelijk verminderd energieverbruik.
De bijzondere kwaliteiten van de achtertrein met vier draagarmen per wiel berusten op de functioneel gescheiden demping van de langs- en dwarskrachten. Dat laat enerzijds een hoge dwarsstijfheid toe ten voordele van optimale dynamiek en rijveiligheid, en maakt anderzijds een grote soepelheid in de lengte mogelijk, wat het rijcomfort ten goede komt.
Voor de schokdempers wordt een beroep gedaan op Audi magnetic ride, een innoverende technologie die reeds in de bijzonder performante sportwagen Audi R8 en in de TT overtuigde. In plaats van de conventionele olie voor de dempers wordt hier een magnetoreologische vloeistof gebruikt, waarvan de viscositeit via een elektromagnetisch veld beïnvloedbaar is. Door de elektromagneet onder spanning te brengen kan via dat systeem de karakteristiek van de dempers elektronisch beïnvloed worden.
Audi magnetic ride maakt van die eigenschap gebruik om in alle omstandigheden de gepaste dempingskracht ter beschikking te stellen en op die manier het rijcomfort en rijdynamisme te optimaliseren. De actuele rijsituatie wordt door een computer met meerdere sensoren in milliseconden geïnterpreteerd.
De bestuurder kan bovendien uit twee rijprogramma’s kiezen, al naargelang of hij eerder sportief – waarbij de magnetoreologische vloeistof een hogere viscositeit heeft – dan wel nadrukkelijk comfortabel wil rijden.

